Tussen papier en praktijk: een internationale vergelijking van het Nederlandse collegejaar

Nederlandse studenten en docenten hebben een lang en vol collegejaar, met weinig momenten waarop zij echt kunnen herstellen. Dialogic, Oberon en CHEPS vergeleken in opdracht van OCW vijf Nederlandse bacheloropleidingen met veertien opleidingen in België, Denemarken, Ierland, Noorwegen en Tsjechië. Nederlandse opleidingen tellen tot twaalf onderwijsweken meer en hebben structureel meer tentamen- en herkansingsmomenten. Een korter jaar kan meer rust bieden, maar is geen eenvoudige oplossing: opleidingen moeten ook keuzes maken in curriculum, toetsing en keuzeruimte, en voorkomen dat vrijgekomen tijd direct met nieuw werk wordt gevuld. 

Op zoek naar rust en ruimte in het academisch jaar

De werk- en studiedruk aan Nederlandse universiteiten is hoog. De Jonge Akademie wees in 2021 op de lengte en indeling van het academisch jaar als een van de factoren die daaraan bijdragen. Het Nederlandse jaar zou lang en vol zijn, met veel onderwijs- en toetsweken en weinig echte herstelmomenten.

OCW stelde middelen beschikbaar voor pilots met een slimmer collegejaar. Daarnaast wilde het ministerie weten wat Nederlandse universiteiten kunnen leren van vergelijkbare opleidingen in andere Europese landen. Dialogic, Oberon en CHEPS onderzochten daarom hoe collegejaren elders zijn ingericht en welke keuzes in Nederland meer rust en ruimte kunnen opleveren.

Vijf opleidingen, veertien buitenlandse vergelijkingen

De onderzoekers vergeleken vijf Nederlandse universitaire bacheloropleidingen: geschiedenis, scheikunde, psychologie, elektrotechniek en biomedische wetenschappen. Daartegenover stonden veertien vergelijkbare opleidingen aan universiteiten in België, Denemarken, Ierland, Noorwegen en Tsjechië.

De vergelijking gebruikte studiegidsen, academische kalenders, roosters, visitatierapporten, evaluaties en gegevens over studie- en werkdruk. Ook spraken de onderzoekers met vertegenwoordigers van opleidingen en beleidsmedewerkers. Voor iedere Nederlandse opleiding ontwikkelden zij twee mogelijke blauwdrukken voor een andere jaarindeling: een verdergaande variant en een variant die dichter bij de bestaande structuur blijft. De ontwerpen zijn vervolgens met de Nederlandse opleidingen besproken.

Drie knoppen voor een slimmer collegejaar

Het rapport onderscheidt drie manieren waarop opleidingen hun jaar kunnen aanpassen.

De eerste knop is de intensiteit van onderwijsactiviteiten. Daarbij gaat het om het aantal onderwijsweken, de indeling in semesters of blokken, het aantal vakken dat tegelijk wordt aangeboden en de verhouding tussen contacttijd en zelfstudie.

De tweede knop is toetsing. Niet alleen het aantal toetsen telt, maar ook de concentratie en timing van tentamens en herkansingen. Toetsing direct na vakanties of tijdens gewone onderwijsweken kan forse piekbelasting veroorzaken.

De derde knop is flexibiliteit. Keuzeruimte en maatwerk bieden studenten vrijheid, maar maken roostering, administratie en afstemming complexer. Meer uniformiteit kan de werkdruk voor opleidingen verlagen, maar beperkt ook de mogelijkheden voor persoonlijke routes.

Een langer en voller jaar

Nederlandse opleidingen hebben in de vergelijking aanzienlijk meer onderwijsweken dan hun buitenlandse equivalenten, in sommige gevallen tot twaalf weken meer. Zij hebben bovendien structureel meer tentamen- en herkansingsmomenten. Buiten Nederland is een semesterstructuur meestal de standaard, terwijl Nederlandse opleidingen vaker met meerdere kortere blokken werken.

Dat betekent niet dat de Nederlandse opleidingen per week altijd intensiever zijn. De vergelijking wijst juist op een jaar dat ongeveer even intensief maar langer is. Door de spreiding van onderwijs en toetsing ervaren studenten en docenten wel dat zij vrijwel voortdurend ‘aan’ moeten staan.

De discipline maakt daarbij verschil. Medische en bètawetenschappelijke opleidingen hebben internationaal vaak meer contacturen en een langer jaar dan andere opleidingen. Er bestaat dus geen eenvoudige, uniforme kalender die voor iedere opleiding hetzelfde werkt.

Een korter jaar kan helpen, maar lost niet alles op

Studenten en docenten verwachten dat minder onderwijsweken en echte onderwijsvrije periodes de druk kunnen verminderen. Daarvoor moet de vrijgekomen tijd echter wel daadwerkelijk vrij blijven. Wanneer docenten deze tijd onmiddellijk aan extra onderzoek, bestuur of andere taken besteden, verandert de totale werkdruk nauwelijks.

Een korter jaar kan bovendien niet alleen worden bereikt door dezelfde hoeveelheid onderwijs verder samen te persen. Verdere intensivering kan tot ongezonde pieken leiden. Opleidingen zullen daarom kritisch moeten kijken naar overlap en omvang van het curriculum. Het onderzoek laat zien dat minder stof niet automatisch lagere kwaliteit betekent, zolang de leerdoelen, samenhang en constructive alignment behouden blijven.

Toetsing is een centrale bron van druk

Nederlandse opleidingen kiezen vaak bewust voor gespreide toetsing. Dat heeft didactische voordelen: studenten krijgen regelmatig feedback en weten sneller of zij op koers liggen. De keerzijde is een voortdurende prestatiecyclus voor studenten en nakijkbelasting voor docenten.

Het rapport adviseert rust voor en na tentamenperiodes te creëren en herkansingen niet tijdens reguliere onderwijsweken te plannen. Concentratie van herkansingen aan het einde van het jaar kan de parallelle belasting verminderen, al staat daar tegenover dat de tijd tussen het oorspronkelijke tentamen en de herkansing langer wordt.

Aanbevelingen voor universiteiten en overheid

De onderzoekers adviseren opleidingen en instellingen om te experimenteren met minder onderwijsweken, het curriculum scherp af te bakenen en de vrijgekomen tijd te beschermen. Ook moeten zij de gevolgen van didactische keuzes voor werk- en studiedruk expliciet meewegen. Meer uniformiteit in kernvakken en een gerichtere selectie van keuzevakken kunnen de organisatorische belasting beperken.

Voor de overheid ligt de eerste stap in het bieden en respecteren van ruimte aan instellingen. Nederland hanteert met 28 uur per ECTS een relatief hoge vaste norm binnen de Europese bandbreedte. Een lagere of flexibelere norm kan opleidingen meer ruimte geven om hun jaar anders in te richten. Actievere landelijke sturing ligt volgens het rapport pas voor de hand wanneer instellingen hun experimenteerruimte niet benutten, zelfregie onvoldoende resultaat oplevert of universiteiten gezamenlijk om sturing vragen.

Een slimmer collegejaar is dus geen technisch roosterprobleem. Het vraagt keuzes over onderwijsinhoud, toetsing, autonomie en werkcultuur. Het verschil tussen de indeling op papier en de manier waarop de tijd in de praktijk wordt gebruikt, bepaalt of studenten en docenten werkelijk meer rust ervaren.

Bekijk het rapport voor de volledige internationale vergelijking, de blauwdrukken voor vijf Nederlandse opleidingen en de aanbevelingen aan universiteiten en de overheid.

Het onderzoek is uitgevoerd binnen de landelijke pilots Een Slimmer Collegejaar, waarin zestien hoger onderwijsinstellingen tot en met studiejaar 2026/2027 experimenteren met een slimmer ingericht academisch jaar. De internationale vergelijking biedt tussentijdse inzichten voor de verdere uitvoering en evaluatie van deze pilots.

Meer informatie

Maarten
Oberon Profielfoto 24
Oberon

Oberon is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van onderwijs en welzijn.

We hebben brede kennis van praktijk, beleid en wetenschap en verenigen deze werelden in onderzoek en advies. Met onze kennis en adviezen willen wij bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen.

Contact

Bezoekadres
St. Jacobsstraat 12, 4e etage
3511 BS Utrecht

(030) 230 60 90
info@oberon.eu