In het onderwijs zijn kennisnetwerken inmiddels een belangrijke route voor professionalisering en schoolontwikkeling. Kennisnetwerken hebben zich in de loop van de tijd ontwikkeld van informele binnenschoolse leergemeenschappen naar (deels) geformaliseerde regionale (meta-)netwerken met een geneste structuur. Kennisnetwerken in het Nederlandse onderwijsveld zijn door formalisering en schaalvergroting aan een nieuwe fase begonnen. Zij richten zich als vanouds op ontwikkeling en professionalisering van onderwijsprofessionals en onderwijsorganisaties, maar zijn bestuurlijk gezien geneste systemen met een collectieve verantwoordelijkheid voor organisatie-overstijgende vraagstukken. Kennis over de effectiviteit van netwerken moet hertaald worden naar de huidige situatie. Dit onderzoek brengt voor twaalf regionale kennisnetwerken in kaart hoe zij als complex systeem functioneren, wat de opbrengsten zijn en onder welke omstandigheden deze die zich voordoen. Doel van het flankerend onderzoek is ontwerprichtlijnen voor optimale, duurzame processen van kennisontwikkeling, -deling en -benutting in regionale kennisnetwerken te formuleren.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht, de Vrije Universiteit, HZ University of Applied Sciences en onderzoeksbureau Oberon. De hoofdvraag luidt: Hoe krijgen kennisontwikkeling, -deling en -benutting vorm in regionale kennisnetwerken en wat is daarvan de effectiviteit in termen van representativiteit, olievlekwerking en verduurzaming van de netwerken?
Onderzoeksopzet
Het onderzoek loopt vier jaar en volgt twaalf regionale kennisnetwerken in het onderwijs. Deze netwerken verschillen in samenstelling, schaal en thematiek, maar delen de ambitie om gezamenlijk kennis te ontwikkelen en te benutten voor onderwijsverbetering. Door deze netwerken over langere tijd te volgen, ontstaat inzicht in hun ontwikkeling en opbrengsten.
De onderzoeksopzet voorziet in meerdere meetmomenten per netwerk, verspreid over de gehele looptijd. Elk jaar staat een inhoudelijk focuspunt centraal. Tegelijkertijd nemen de onderzoekers jaarlijks twee overkoepelende verklarende mechanismen mee: systeembewustzijn en netwerkleiderschap. Het analysekader (zie figuur 1) vormt de rode draad in het onderzoek.
Figuur 1 Analysekader

Onderzoeksmethoden
De netwerkdeelnemers vullen één keer per jaar de sociaal netwerk vragenlijst in. Door de vragenlijst in totaal drie keer in te vullen, wordt de ontwikkeling van het netwerk visueel weergegeven. Hoe verandert het netwerk over tijd, wie zijn betrokken en hoe verandert de samenwerking? De uitkomsten worden weergegeven in sociogrammen, die een visueel beeld geven van de netwerkstructuur.
Tijdens groepsinterviews (op micro-, meso- en macroniveau) bespreken we per netwerk het sociogram. Dit levert niet alleen duiding op van de kwantitatieve resultaten, maar zorgt ook voor directe leeropbrengsten voor de netwerken zelf. Deelnemers geven hun interpretaties en verklaringen: waarom ziet het netwerk eruit zoals het eruitziet?
Kennisdeling flankerend onderzoek
We vinden het essentieel dat inzichten niet pas aan het einde beschikbaar komen, maar gedurende het onderzoek worden gedeeld en benut.
Reflectiebijeenkomsten
Daarom organiseren we jaarlijks een reflectiebijeenkomst met deelnemers uit de twaalf kennisnetwerken. Tijdens deze bijeenkomsten staat uitwisseling en gezamenlijke reflectie centraal. Deelnemers delen ervaringen, aanpakken en dilemma’s, en leren van verschillen en overeenkomsten tussen kennisnetwerken. De eerste reflectiebijeenkomst hebben we georganiseerd bij Academie Tien in Utrecht.
Congresbijdragen
Daarnaast presenteren we onze bevindingen op nationale en internationale congressen. Zo organiseerden zij in 2025 een creatieve sessie op het NRO-congres, en verzorgden zij een workshop op het EAPRIl-congres in Malta. Tijdens deze workshop gingen school(op)leiders, practoren, onderzoekers en andere professionals aan de slag met het tekenen en analyseren van hun eigen netwerk waarin zij deelnemen. De interactieve aanpak helpt om wetenschappelijke inzichten te verbinden met de dagelijkse praktijk. Op de ORD in juli 2026 leveren we een bijdrage met de thema-spotlight: een creatieve reflectie op kenniscreatie, -deling en -gebruik in regionale kennisnetwerken.
Belangrijkste inzichten en opbrengsten
De uiteindelijke opbrengst van het onderzoek bestaat uit concrete ontwerprichtlijnen voor regionale kennisnetwerken. Door inzichten uit opeenvolgende jaren te verbinden, ontstaat een verdiepend beeld van de werkzame mechanismen die bijdragen aan de effectiviteit en verduurzaming van regionale kennisnetwerken
· De eerste tussenrapportage is in december 2024 verschenen. Via deze link is het volledige rapport te raadplegen. In het eerste onderzoeksjaar lag de focus op kennismaking en het vormen van een eerste indruk van afzonderlijke netwerken.
· De tweede tussenrapportage verscheen in maart 2026 en presenteert overkoepelende inzichten per thema. De rapportage vind je hier .
· Systeembewustzijn: Zoals eerder beschreven nemen we systeembewustzijn in dit onderzoek mee als een overkoepelend verklarend mechanisme. Tijdens de workshop stond dit begrip ook centraal. Om systeembewustzijn op een toegankelijke manier toe te lichten, hebben we een animatievideo ontwikkeld. Deze video is hier te bekijken.
De aanbevelingen na het tweede jaar zijn als volgt:
1. Ontwerp kennisactiviteiten systemisch
2. Versterk het mesoniveau als verbindende laag
3. Borg structurele randvoorwaarden
4. Combineer gedeeld leiderschap met duidelijke koers
5. Monitor opbrengsten en doorwerking
6. Maak systeembewustzijn expliciet onderwerp van leren
Bekijk het tweede tussenrapport voor een volledig overzicht van de eerste inzichten. Daarnaast kun je de animatievideo over systeembewustzijn bekijken.
We ontmoeten je graag tijdens een van onze bijeenkomsten: op 2 juli 2026 presenteren we resultaten op de ORD in Utrecht.
Heb je vragen of opmerkingen? Neem dan gerust contact op met Ton Klein (tklein@oberon.eu) of Maren van de Vrie (mvdvrie@oberon.eu)
De tweede tussenrapportage wordt in februari 2026 verwacht en zal overkoepelende inzichten presenteren per thema. De uiteindelijke opbrengst van het onderzoek bestaat uit concrete ontwerprichtlijnen voor regionale kennisnetwerken.