Hoe goed werkt de markt voor leermiddelen in Nederland en wat betekent dat voor kwaliteit en kosten in het onderwijs? Dit onderzoek evalueert de leermiddelenmarkt in het basis-, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs, met speciale aandacht voor Wet Gratis Schoolboeken. In opdracht van OCW en EZK is onderzocht hoe de markt functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe concurrentie kan worden verbeterd. Hoewel er voldoende aanbod en overwegend goede kwaliteit is, blijkt de markt beperkt flexibel, weinig transparant en gedomineerd door enkele grote partijen. De belangrijkste conclusie: verbetering ligt vooral in sterke vraagsturing, meer prijsinzicht en betere informatie over kwaliteit, niet in directe regulering.
Opdracht en doelstelling
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hebben dit onderzoek laten uitvoeren om beter inzicht te krijgen in de werking van de leermiddelenmarkt in Nederland. Oberon voerde het onderzoek uit in samenwerking met Dialogic en e-Conomics.
Centraal stond de vraag: welke beleidsinterventies kunnen de marktwerking verbeteren, zodat scholen beschikken over kwalitatief betere, betaalbare en diverse leermiddelen?
Daarbij is specifiek gekeken naar de effecten van de Wet Gratis Schoolboeken, die scholen verplicht om leermiddelen kosteloos aan leerlingen in het voortgezet onderwijs te verstrekken.
De aanleiding voor het onderzoek ligt in toenemende zorgen over stijgende kosten, beperkte keuzevrijheid en de rol van grote commerciële partijen. Tegelijkertijd is het maatschappelijk belang groot: goed lesmateriaal is essentieel voor de kwaliteit van onderwijs en gelijke kansen voor leerlingen.
Onderzoeksopzet
De onderzoeksopzet bestond uit een literatuurstudie uitgevoerd, waarbij bestaande onderzoeken, beleidsdocumenten en eerdere evaluaties zijn geanalyseerd. Vervolgens zijn interviews en focusgroepen georganiseerd met betrokken partijen, zoals scholen, uitgevers, distributeurs en EdTech-bedrijven. Dit leverde inzicht op in verschillende perspectieven op de markt. Een belangrijk onderdeel was een enquête onder scholen in het basis-, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs. Hierin werd gevraagd naar ervaringen met leermiddelen, het keuzeproces en de kosten.
Daarnaast voerden de onderzoekers groepsgesprekken met scholen en interviews met schoolbesturen om de enquêteresultaten verder te verdiepen.
De analyse is uitgevoerd met een economisch analysekader dat kijkt naar:
· structuur (hoe is de markt opgebouwd?)
· gedrag (hoe handelen partijen?)
· uitkomsten (wat betekent dit voor kwaliteit, keuze en prijs?)
Belangrijkste inzichten
Het onderzoek laat zien dat de leermiddelenmarkt in de basis redelijk functioneert, maar op belangrijke punten tekortschiet. Hieronder staan vijf belangrijke inzichten:
1- Voldoende aanbod, maar beperkte dynamiek
Er is in principe genoeg keuze in leermiddelen, vooral in het voortgezet onderwijs. Toch wisselen scholen weinig van methode. Dat komt door hoge overstapdrempels, zoals tijdsinvestering voor docenten en contractuele afspraken.
· Scholen blijven vaak bij bestaande methodes
· Nieuwe aanbieders komen moeilijk binnen
· Innovatie bereikt scholen beperkt
2- Kwaliteit is goed, maar moeilijk vergelijkbaar
Scholen zijn over het algemeen tevreden over de didactische kwaliteit en het gebruiksgemak van leermiddelen. Tegelijkertijd ontbreekt een objectief kader om kwaliteit goed te vergelijken.
· Kwaliteit wordt vooral subjectief beoordeeld
· Langetermijneffecten zijn lastig meetbaar
· Behoefte aan duidelijke kwaliteitsstandaarden
3- Beperkte flexibiliteit en duurzaamheid
Veel leermiddelen worden aangeboden in vaste pakketten (bijvoorbeeld combinaties van boeken en digitale licenties). Dit beperkt de flexibiliteit voor scholen.
· Scholen betalen vaak voor ongebruikte onderdelen
· Veel verbruiksmateriaal wordt weggegooid
· Moeilijk om maatwerk samen te stellen
4- Gebrek aan transparantie over kosten
Hoewel prijzen niet extreem lijken te stijgen, ervaren scholen wel hogere kosten. Dit komt onder andere door licenties en herhaalde aanschaf van materialen.
· Weinig inzicht in prijsopbouw en marges
· Scholen hebben beperkt zicht op totale kosten
· Prijs speelt relatief kleine rol in keuzes
5- Risico op marktfalen in gespecialiseerd onderwijs
Voor het gespecialiseerd onderwijs is de markt klein en de vraag zeer specifiek. Hierdoor ontstaat risico op onvoldoende aanbod.
Conclusie
De leermiddelenmarkt biedt een goede basis, maar kan beter functioneren. De sleutel ligt niet in zware regulering, maar in het versterken van scholen als kritische afnemers, meer transparantie en betere informatie over kwaliteit en kosten. Daarmee kan de markt zich verder ontwikkelen richting een betaalbaar, flexibel en kwalitatief sterk aanbod voor alle leerlingen.
Bekijk het rapport voor een volledig overzicht van de resultaten en een nadere uitwerking van aanbevelingen.
De resultaten van het rapport zijn 9 april tijdens een commissiedebat besproken door leden van de Tweede Kamer. Op basis van dit debat zijn door de Staatsecretaris toezeggingen gedaan, onder andere over het delen van ontwikkelingen betreffende leermiddelen voor het speciaal onderwijs.
Zie ook het commissiedebat in de Tweede Kamer.