Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt in de schooljaren 2024/25, 2025/26 en 2026/27 subsidie beschikbaar aan schoolbesturen om een brugfunctionaris aan te stellen. Hoe wordt de subsidie ingezet? Wat zijn de ervaren opbrengsten? En welke succesfactoren zijn er te herkennen? In de tussenrapportage beantwoorden we deze vragen na twee jaar subsidie-inzet en twee jaar onderzoek.
Ruim 1.100 scholen maken vanaf schooljaar 2024/25 gebruik van de subsidieregeling Brugfunctionaris. De brugfunctionaris richt zich op de verbinding tussen kind, gezin, de school en externe partners en helpt daarmee de kinderen die niet goed kunnen deelnemen aan het onderwijs. De bedoeling is dat de brugfunctionaris laagdrempelig bereikbaar is voor ouders en leerlingen om vragen en zorgen op te pakken die niet direct onderwijsgerelateerd zijn. Op die manier kunnen deze vragen zoveel mogelijk preventief worden aangepakt en kan het personeel in het schoolteam zich op hun kerntaak richten, waardoor leerlingen beter tot ontwikkeling en leren komen.
Inzet brugfunctionarissen positief gewaardeerd
Oberon onderzoekt de inzet van de subsidie, samen met het Kohnstamm Instituut en de Universiteit van Twente. Het onderzoek laat zien dat de brugfunctionarissen die actief zijn op scholen voor (speciaal) basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs over het algemeen positief gewaardeerd worden. Leraren, intern begeleiders/zorgcoördinatoren en directeuren beoordelen hun inzet met gemiddeld een 8 (op een schaal van 0-10). Zij ervaren dat de brugfunctionaris het contact tussen ouders van leerlingen en de school verbetert, net als het contact tussen de school en externe partners. De ondersteuning van brugfunctionarissen is in het algemeen niet zozeer direct gericht op leerlingen maar meer indirect, via hun ouders en het team op school. Zo ondersteunen brugfunctionarissen ouders bij het aanvragen van fondsen, bieden zij via deelkasten/voedselkasten/weggeefwinkels op school producten aan aan gezinnen die het niet breed hebben, leggen zij lijntjes naar passende hulpverlening buiten de school en informeren zij teamleden op school over hoe je armoedeproblematiek en/of laaggeletterdheid signaleert en hier passend op inspeelt.
Meer weten over de opbrengsten, succesfactoren, knelpunten en kansen voor verdere inbedding van de functie?
Lees dan het rapport. Hierin vind je ook meer informatie over de succesfactoren, knelpunten en kansen voor verdere ontwikkeling van de (inbedding van de) functie, en de analyse-uitkomsten van een vergelijking tussen de scholen die de subsidie kregen toegekend en de scholen die wel een aanvraag indienden maar geen subsidie kregen.