Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen

Hoe kunnen lerarenopleidingen beter aansluiten bij mensen die leraar willen worden, maar al kennis, werkervaring en andere verplichtingen meebrengen? OCW, de Vereniging Hogescholen en Universiteiten van Nederland sloten hiervoor het bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen. Dialogic en Oberon volgden de uitvoering gedurende drie jaar. Alle tien actielijnen zijn afgerond en de afgesproken resultaten zijn behaald. De belangrijkste winst is dat flexibele opleidingsroutes en samenwerking daadwerkelijk in beweging zijn gekomen. Tegelijk vraagt de verdere invoering binnen opleidingen om blijvende aandacht, capaciteit en financiering.

Flexibel opleiden als antwoord op een veranderende instroom

Het onderwijs heeft te maken met personeelstekorten, terwijl steeds meer volwassenen met werkervaring belangstelling hebben voor een overstap naar het leraarschap. Voor deze groep zijn traditionele, vaste opleidingsroutes niet altijd passend. Het bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen moest daarom zorgen voor opleidingen die beter aansluiten bij eerder verworven kennis, werkervaring en de beroepspraktijk.
Het ministerie van OCW sloot het bestuursakkoord in 2020 met de Vereniging Hogescholen en Universiteiten van Nederland. Na een verlenging liep het akkoord tot en met 2024. De partijen werkten aan tien actielijnen voor hbo- en universitaire lerarenopleidingen. Die gingen onder meer over regionale samenwerking, kennisdeling, academische zij-instroomroutes, EVC en vrijstellingen, opleiden op basis van leeruitkomsten en modulaire trajecten naar een bevoegdheid.

Een meerjarige evaluatie

OCW vroeg Dialogic en Oberon om de voortgang en resultaten van het akkoord te onderzoeken. Het onderzoek liep in drie fasen, van 2022 tot het voorjaar van 2025, met bijvoorbeeld een tussenrapportage in 2023. Voor de eindevaluatie analyseerden de onderzoekers documenten en werkmateriaal, spraken zij met 27 betrokkenen en voerden zij vijf casestudies uit bij lerarenopleidingen. Daarnaast brachten zij met gegevens van onder andere DUO, Universiteiten van Nederland, de Loopbaanmonitor Onderwijs en de Nationale Studentenenquête kwantitatieve ontwikkelingen in kaart.
Door deze combinatie kon het onderzoek zowel laten zien wat de actielijnen concreet hebben opgeleverd als welke veranderingen al zichtbaar zijn bij opleidingen, studenten en zij-instromers. Tegelijk benadrukken de onderzoekers dat de uiteindelijke effecten van een bestuursakkoord moeilijk los te zien zijn van andere ontwikkelingen, zoals het lerarentekort, veranderingen op de arbeidsmarkt en ander onderwijsbeleid.

Alle actielijnen uitgevoerd

De centrale conclusie is positief: de tien actielijnen zijn conform de afspraken uitgevoerd en afgerond, en alle doelstellingen zijn behaald. Zo zijn zeven regionale en twee bovenregionale allianties gevormd waarin hbo- en wo-lerarenopleidingen samenwerken. Ook zijn academische zij-instroomroutes voor het primair onderwijs ontwikkeld, is gewerkt aan een bredere en meer geharmoniseerde intake en zijn opleidingen aan de slag gegaan met leeruitkomsten.

Een deel van de opbrengsten is bovendien juridisch geborgd. Het werken met leeruitkomsten is verankerd in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Ook de educatieve module heeft een structurele wettelijke basis gekregen. De zij-instroom in het beroep is nog niet wettelijk verankerd.

De uitvoering van het akkoord heeft daarnaast de samenwerking tussen lerarenopleidingen versterkt. Opleidingen in het hbo en wo weten elkaar beter te vinden, wisselen kennis uit en zien elkaar minder vanzelfsprekend als concurrent. Het bestuursakkoord gaf de ontwikkelingen zichtbaarheid en bestuurlijke legitimiteit, waardoor het gesprek sneller over de uitvoering kon gaan.

Implementatie vraagt meer tijd

Dat de afgesproken producten en resultaten zijn opgeleverd, betekent nog niet dat iedere verandering volledig in de opleidingen is ingevoerd. Vooral werken met leeruitkomsten, het herzien van curricula en een geharmoniseerde omgang met EVC en vrijstellingen vragen fundamentele aanpassingen. Zulke veranderingen moeten passen in curriculumcycli en vragen bovendien om een cultuuromslag bij opleiders en organisaties.

Ook capaciteit is een terugkerend knelpunt. De ontwikkeling kwam vaak boven op de reguliere werkzaamheden van lerarenopleiders. De tijdelijke middelen uit het bestuursakkoord waren over het algemeen voldoende om de afgesproken activiteiten uit te voeren, maar na afloop is niet vanzelfsprekend geld beschikbaar voor instandhouding en doorontwikkeling. Dat speelt bijvoorbeeld bij EVC-assessments, regionale allianties en digitale kennisproducten. Bezuinigingen en krimp in het hoger onderwijs vergroten deze onzekerheid.

Passender routes, maar effecten nog niet meetbaar

Flexibilisering vergroot volgens de onderzoekers de toegankelijkheid: sommige studenten en zij-instromers kunnen een opleiding beter combineren met werk en privé en hoeven minder onderdelen te volgen die zij al beheersen. De meerwaarde zit op dit moment vooral in beter passende routes.

Het onderzoek vindt nog geen duidelijke aanwijzing dat de maatregelen nieuwe doelgroepen aantrekken of al tot een structurele stijging van de instroom leiden. Ook effecten op uitval, studiesucces, studenttevredenheid en het aandeel afgestudeerden dat in het onderwijs blijft werken zijn nog niet overtuigend vast te stellen. Een deel van deze effecten kan pas jaren na afloop van het akkoord zichtbaar worden.

Vier aanbevelingen voor het vervolg

De onderzoekers adviseren OCW, VH, UNL en de lerarenopleidingen om:
• zicht te houden op de verdere implementatie binnen opleidingen;
• de duurzaamheid en mogelijke financiering van resultaten te borgen;
• de verbeterde landelijke en regionale samenwerking te behouden, ook naast de ontwikkeling van onderwijsregio's;
• bij toekomstige beleidsinterventies vooraf scherper te formuleren welke aanvullende effecten worden verwacht en hoe die kunnen worden onderzocht.

Het bestuursakkoord heeft daarmee niet het eindpunt bereikt, maar wel een stevige basis gelegd. De komende jaren moet blijken of de ontwikkelde routes en samenwerkingen structureel onderdeel worden van lerarenopleidingen en uiteindelijk bijdragen aan studiesucces en een duurzame instroom in het onderwijs.

Bekijk het rapport voor een volledig overzicht van de uitvoering van de tien actielijnen, de kwantitatieve ontwikkelingen en de aanbevelingen voor verdere implementatie en borging.

Het bestuursakkoord is beëindigd, maar de ingezette veranderingen lopen door. OCW, VH, UNL en de lerarenopleidingen hebben volgens de onderzoekers een blijvende rol bij het volgen van de implementatie. Vooral EVC-assessments, regionale allianties en het werken met leeruitkomsten vragen om borging en verdere ontwikkeling. Ook is vervolgmonitoring nodig, omdat effecten op studiesucces, uitval en beroepsrendement pas na langere tijd zichtbaar kunnen worden.

Meer informatie

Maarten
Oberon Profielfoto 08
Oberon

Oberon is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van onderwijs en welzijn.

We hebben brede kennis van praktijk, beleid en wetenschap en verenigen deze werelden in onderzoek en advies. Met onze kennis en adviezen willen wij bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen.

Contact

Bezoekadres
St. Jacobsstraat 12, 4e etage
3511 BS Utrecht

(030) 230 60 90
info@oberon.eu