Stichting Platforms vmbo vervult een steeds structurelere rol in het beroepsgerichte vmbo. De stichting informeert en ondersteunt scholen, verbindt onderwijspraktijk en beleid en organiseert via bijscholingvmbo.nl specialistische professionalisering voor docenten. We evalueerden in opdracht van OCW twee projectsubsidies voor deze taken. De uitvoering blijkt overwegend doeltreffend en doelmatig. De tijdelijke financieringsvorm past echter steeds minder bij werkzaamheden die inmiddels permanent zijn. Het rapport adviseert daarom een structurelere bekostiging, gekoppeld aan duidelijke meerjarige afspraken en verantwoording.
Een vaste schakel in een veranderend vmbo
Stichting Platforms vmbo (SPV) vertegenwoordigt de tien platforms van het beroepsgerichte vmbo. Vanuit die positie vervult de stichting drie samenhangende rollen. SPV informeert scholen over regelgeving en beleidsontwikkelingen, ondersteunt docenten en schoolleiders bij onderwijsvernieuwing en examinering, en brengt signalen uit de vmbo-praktijk naar landelijke beleidstafels. Daarnaast coördineert SPV via bijscholingvmbo.nl een landelijk aanbod van korte, praktische trainingen voor docenten in beroepsgerichte profielen en praktijkgerichte programma’s.
Voor deze werkzaamheden ontvangt SPV subsidies van het ministerie van OCW. Hoewel de financiering formeel projectmatig is, hebben veel taken in de loop der jaren een structureel karakter gekregen. Denk aan de informatievoorziening over het vmbo, het jaarlijkse Examenfestival, belangenbehartiging, het onderhoud van een scholingsinfrastructuur en het organiseren van vakinhoudelijke bijscholing die de commerciële markt voor deze relatief kleine doelgroepen nauwelijks aanbiedt.
Twee projectsubsidies geëvalueerd
Stichting Kohnstamm Instituut en Oberon onderzochten in opdracht van OCW de doeltreffendheid en doelmatigheid van twee subsidies over de periode 2021-2023. De eerste subsidie financierde activiteiten rond de Doorontwikkeling nieuw vmbo en Sterk beroepsonderwijs. Centraal stonden voorlichting, ondersteuning en de verbinding tussen OCW en vmbo-scholen. De tweede subsidie was bestemd voor de coördinatie van de bij- en nascholing van docenten in beroepsgerichte en praktijkgerichte programma’s.
De onderzoekers analyseerden subsidieaanvragen, beschikkingen, verantwoordingen en jaarverslagen. Daarnaast vulden 85 school- en teamleiders een vragenlijst in over de activiteiten van SPV. Een tweede vragenlijst over bijscholing werd ingevuld door 226 vmbo-docenten. Interviews en focusgroepen met SPV, OCW, schoolleiders, docenten, kwartiermakers en partnerorganisaties hielpen om de cijfers te duiden en verklaringen te vinden voor successen en knelpunten.
Voorlichting en ondersteuning worden breed gewaardeerd
De evaluatie laat een overwegend positief beeld zien van de voorlichting en ondersteuning. SPV is bekend bij schoolleiders en bereikt het veld via websites, nieuwsbrieven, bijeenkomsten, webinars en directe beantwoording van vragen. De informatie sluit volgens de meeste respondenten geheel of gedeeltelijk aan bij hun behoeften en wordt doorgaans als goed toegankelijk beoordeeld. Ook activiteiten zoals regionale bijeenkomsten, ondersteuning bij praktijkgerichte programma’s en het Examenfestival krijgen positieve beoordelingen.
De ondersteuning blijft bovendien niet beperkt tot kennisoverdracht. Een meerderheid van de schoolleiders die aan activiteiten deelnamen, gaf aan dat deze ten minste deels bijdroegen aan verandering in de eigen onderwijspraktijk. Activiteiten boden bijvoorbeeld handvatten voor examinering, hielpen scholen om een volgende stap te zetten bij praktijkgerichte programma’s en brachten professionals van verschillende scholen met elkaar in contact.
De verbindende rol is belangrijk, maar niet altijd zichtbaar
Gesprekspartners zien SPV als een belangrijke spreekbuis van het beroepsgerichte vmbo. De stichting beschikt via de platforms over korte lijnen met docenten en kan daardoor snel signalen ophalen en delen. Tegelijkertijd blijkt uit de vragenlijst dat veel schoolleiders moeilijk kunnen inschatten hoe hun inbreng via SPV terechtkomt bij OCW en de landelijke politiek. Ook is niet voor iedereen zichtbaar wat SPV terugkoppelt uit landelijke overleggen.
De evaluatie adviseert daarom om duidelijker te maken wie SPV precies vertegenwoordigt, welke structurele taken bij de stichting horen en hoe beleidsadviezen met de achterban en samenwerkingspartners tot stand komen. Dat is extra relevant nu SPV steeds vaker wordt gevraagd mee te denken over bredere vraagstukken rond het vmbo en niet alleen over de afzonderlijke beroepsgerichte profielen.
Bijscholing vult een structurele leemte
De subsidie voor bijscholing blijkt in hoge mate doeltreffend. Van de bevraagde docenten kende 89 procent bijscholingvmbo.nl. Van de docenten die het platform kenden, had 80 procent in de evaluatieperiode daadwerkelijk een of meer cursussen gevolgd. Twee derde beoordeelde de aansluiting van het aanbod op de eigen professionaliseringsbehoefte als goed of uitstekend. Ook de vindbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en ondersteuning door de helpdesk kregen hoge waarderingen.
De kracht van het model zit in de combinatie van een landelijk digitaal platform en kwartiermakers die dicht bij de afzonderlijke beroepsgerichte profielen staan. Zij signaleren scholingsbehoeften, zoeken passende aanbieders en zorgen dat trainingen direct toepasbaar zijn in de lespraktijk. Daarmee kan het aanbod snel inspelen op nieuwe technieken en ontwikkelingen in het bedrijfsleven, bijvoorbeeld op het gebied van 3D-printen, digitale toepassingen of actuele werkwijzen binnen zorg, groen, horeca en techniek.
Er zijn ook verbeterpunten. Fysieke cursussen zijn niet in alle regio’s goed bereikbaar en trainingen worden soms geannuleerd doordat groepen niet vol raken. Startende docenten zijn minder bekend met het platform dan hun meer ervaren collega’s. Bovendien verschilt de aansluiting van het aanbod per profiel. Deze knelpunten vragen om gerichtere communicatie, betere regionale spreiding en meer zekerheid om trainingen verder vooruit te kunnen plannen.
Doelmatig, maar kwetsbaar georganiseerd
SPV werkt met een kleine kern, nauwelijks vast personeel en weinig overhead. Vrijwel alle middelen worden daardoor direct ingezet voor de afgesproken activiteiten. De onderzoekers beoordelen de organisatie als doelmatig. Tegelijkertijd is de stichting volgens sommige gesprekspartners bijna té lean georganiseerd. Kennis en verantwoordelijkheden zijn sterk aan afzonderlijke personen verbonden en de jaarlijkse onzekerheid over subsidie belemmert strategische personeelsplanning, duurzame afspraken met aanbieders en verdere professionalisering van de organisatie.
De jaarlijkse projectsubsidies passen bovendien niet goed meer bij werkzaamheden die feitelijk permanent zijn. De scholingsinfrastructuur bestaat inmiddels ongeveer tien jaar en ook de taken op het gebied van voorlichting, ondersteuning en vertegenwoordiging keren voortdurend terug. De evaluatie concludeert daarom dat de projectfase is ontgroeid.
Advies: structurele bekostiging met heldere afspraken
Het rapport adviseert OCW om de structurele taken van SPV op een structurelere basis te financieren, bijvoorbeeld via een instellingssubsidie. Zo’n bekostiging kan SPV meer rust geven voor langetermijnplanning, het duurzaam binden van expertise en het versterken van beleidsmatige capaciteit. Voor aanbieders en docenten ontstaat dan meer zekerheid over het scholingsaanbod.
Structurele financiering vraagt wel om een andere sturingsrelatie. De onderzoekers stellen voor om meerjarige afspraken te maken over kerntaken, strategische doelen, capaciteit en kosten. Jaarlijkse activiteitenplannen kunnen dan beknopter worden, terwijl OCW meer stuurt op resultaten en effecten. Concrete prestatie-indicatoren, transparante begrotingen en periodieke onafhankelijke evaluaties moeten waarborgen dat SPV ook bij een stabielere financiering doelmatig blijft werken.
Neem voor meer informatie over het onderzoek contact op met Maarten van Doorn of lees het rapport.
De Rijksbegroting 2026 bevat wel meerjarige bedragen voor het Activiteitenplan Stichting Platforms vmbo. Ook het scholingsaanbod op bijscholingvmbo.nl is in 2026 actief. Dat laat zien dat de werkzaamheden worden voortgezet, maar vormt nog geen bevestiging dat de financieringsvorm al structureel is gewijzigd zoals geadviseerd.
De uitkomsten zijn relevant voor de verdere afspraken tussen OCW en SPV en voor de bredere verkenning naar een toekomstbestendig vmbo en zie ook nog wat andere kamerstukken over dit de toekomst van het vmbo. Daarbij spelen dezelfde thema’s: actuele beroepsgerichte programma’s, een goede verbinding met mbo en arbeidsmarkt, voldoende professionalisering van docenten en een heldere positie van organisaties die de onderwijspraktijk met beleid verbinden.
Oberon heeft ook een onderzoek gedaan naar een goede aansluiting tussen mbo en arbeidsmarkt met daarbij een sterke samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.