Wat doe je als een school informatica wil aanbieden, maar geen bevoegde vakdocent kan vinden? Co-Teach Informatica combineert een online leerlijn, begeleiding door een anders-bevoegde schooldocent en gastlessen van IT-professionals. Dialogic en Oberon evalueerden in opdracht van OCW hoe doeltreffend en doelmatig deze pilot was. De aanpak hielp de daling van het aantal scholen met informatica te dempen en hield het vak beschikbaar voor leerlingen. Voor duurzame opschaling zijn echter een sterkere organisatie, regionale verankering, beter lesmateriaal en meer betrokkenheid van het bedrijfsleven nodig.
Informatica onder druk door het lerarentekort
Informatica is een belangrijk keuzevak voor havo- en vwo-leerlingen, maar scholen hebben grote moeite om bevoegde informaticadocenten te vinden. Wanneer een docent vertrekt en geen opvolger beschikbaar is, verdwijnt het vak geregeld uit het aanbod. Daarmee gaat niet alleen een keuzevak verloren: ook de infrastructuur, expertise en belangstelling die nodig zijn om informatica later opnieuw aan te bieden, kunnen verdwijnen.
Co-Teach Informatica (CTI) is ontwikkeld om scholen in zo’n situatie een alternatief te bieden. Het programma maakt het mogelijk dat leerlingen het volledige examenprogramma volgen terwijl er geen bevoegde informaticadocent op school beschikbaar is. Een anders-bevoegde docent begeleidt de klas, leerlingen werken met een online leerlijn en universitaire vaksteunpunten ondersteunen bij inhoudelijke vragen en beoordeling. IT-professionals verzorgen daarnaast gastlessen waarin zij de verbinding met de beroepspraktijk leggen.
Evaluatie van doeltreffendheid, doelmatigheid en toekomst
In opdracht van het ministerie van OCW onderzochten Dialogic en Oberon in hoeverre CTI doeltreffend en doelmatig was. Ook brachten de onderzoekers knelpunten, best practices en neveneffecten in beeld. Een belangrijk onderdeel van de opdracht was de vooruitblik: welke elementen moeten behouden blijven, wat is nodig voor duurzame voortzetting en opschaling, en welke lessen zijn bruikbaar voor andere tekortvakken?
Het onderzoek combineerde documentanalyse, interviews en data-analyse. De onderzoekers spraken onder meer met acht deelnemende scholen, drie gestopte of niet-deelnemende scholen, leerlingen, gastdocenten, de project- en stuurgroep en externe experts. Met gegevens van DUO en CTI brachten zij het vakaanbod, het aantal deelnemers en de ontwikkeling van de pilot in kaart.
De pilot hield informatica op het rooster
In vijf jaar namen 23 scholen deel aan CTI. In schooljaar 2024-2025 deden nog elf scholen mee en volgden 482 leerlingen het programma. Over de gehele pilot registreerde CTI 1.805 leerlingdeelnames; dit zijn niet noodzakelijk unieke leerlingen, omdat leerlingen het programma meerdere jaren kunnen volgen. Het aanvankelijke bereik van 3.000 leerlingen werd daarmee niet gehaald.
Toch is de centrale conclusie positief: als pilot was CTI doeltreffend. De analyse laat zien dat CTI de daling van het aantal scholen met informaticaonderwijs heeft gedempt. Scholen konden het vak blijven aanbieden wanneer een bevoegde docent vertrok, terwijl zij naar een structurele oplossing bleven zoeken. Voor sommige scholen was CTI een overbrugging totdat een docent zijn bevoegdheid behaalde; andere scholen gebruikten het programma om in een dunbevolkte regio überhaupt informatica te kunnen aanbieden.
De werving bleef wel achter bij de verwachtingen. De coronaperiode beperkte de ruimte van scholen om aan een nieuw experiment mee te doen. Daarnaast waren scholen terughoudend omdat de pilot tijdelijk was en geen zekerheid bood over de continuïteit van het vak. Ook bleken organisatorische taken, zoals het werven en begeleiden van scholen, niet goed aan te sluiten bij de kerntaken en beschikbare capaciteit van universiteiten.
De docent in de klas blijft onmisbaar
Een digitale leerlijn vervangt de menselijke begeleiding niet. De anders-bevoegde docent blijkt een sleutelfiguur in het model. Deze docent hoeft niet bevoegd te zijn voor informatica, maar moet wel affiniteit en enige inhoudelijke kennis hebben. Minstens zo belangrijk zijn sterke pedagogische en didactische vaardigheden: leerlingen hebben een direct aanspreekpunt nodig dat uitleg geeft, vragen kan verhelderen, motivatie ondersteunt en de klas begeleidt.
Deelnemende scholen zijn over het algemeen positief over de ontwikkelde leerlijn, het programma van toetsing en afsluiting en de ondersteuning van de vaksteunpunten. Leerlingen zien tegelijkertijd verbeterpunten in de samenhang en praktische toepasbaarheid van het lesmateriaal, de aansluiting tussen opdrachten en toetsen en de gebruiksvriendelijkheid van het platform. Tijdens de pilot zijn al verbeteringen doorgevoerd, maar structurele actualisering en kwaliteitsborging blijven nodig.
Gastdocenten brengen de beroepspraktijk naar school
IT-professionals uit bedrijven verzorgen binnen CTI projectonderwijs over keuzedomeinen. Scholen waarderen deze verbinding met de praktijk en zien gastdocenten als een aantrekkelijk onderdeel van het programma. De gastlessen kunnen leerlingen laten kennismaken met actuele toepassingen en beroepen. Ook biedt het gastdocentschap IT-professionals een laagdrempelige manier om ervaring op te doen in het onderwijs, zonder direct voor een volledige carrièreswitch te kiezen.
De uitvoering is echter kwetsbaar. Het aanbod van gastdocenten bleef achter bij de vraag van scholen, de continuïteit was beperkt en vooral scholen buiten de bestaande universitaire netwerken hadden moeite om gastdocenten te vinden. Leerlingen waren bovendien wisselend enthousiast: praktijkgerichte projecten spraken aan, maar de relatie met de reguliere lesstof en toetsing was niet altijd duidelijk. Goede didactische voorbereiding en afstemming met de docent op school zijn daarom essentieel.
Van tijdelijke pilot naar duurzaam en schaalbaar model
De onderzoekers adviseren om de inhoudelijke kwaliteit van CTI te behouden, maar de organisatie steviger en professioneler in te richten. Voor duurzame voortzetting is een landelijk dekkend netwerk nodig waarin scholen, kennisinstellingen en bedrijven regionaal samenwerken. Een sterk landelijk projectbureau kan verantwoordelijk blijven voor het platform, de leerlijn en de algemene coördinatie, terwijl regionale partners scholen en gastdocenten werven en begeleiden.
Het rapport beveelt concreet aan om:
• organisatorische taken te beleggen bij mensen met de juiste competenties, capaciteit en verantwoordelijkheid;
• het online platform, de toetsen en het lesmateriaal blijvend te actualiseren en beter op elkaar te laten aansluiten;
• een landelijk dekkend, regionaal verankerd netwerk van scholen, kennisinstellingen en bedrijven op te bouwen;
• een goede digitale infrastructuur te ontwikkelen voor de matching en communicatie tussen scholen en gastdocenten;
• het bedrijfsleven meer verantwoordelijkheid te geven voor het werven en beschikbaar stellen van gastdocenten.
Lessen voor andere tekortvakken
Het CTI-model biedt ook lessen voor andere vakken met een lerarentekort. De combinatie van hoogwaardig digitaal materiaal, een pedagogisch sterke docent in de klas, inhoudelijke ondersteuning op afstand en professionals uit de beroepspraktijk kan schaarse expertise slimmer inzetten. Dat vraagt wel om zorgvuldige afstemming. Een online platform alleen is geen oplossing, en gastdocenten kunnen de vaste begeleiding in de klas niet vervangen. Juist de samenhang tussen alle onderdelen bepaalt de kwaliteit en duurzaamheid van het onderwijs.
Bekijk het eindrapport voor de volledige onderzoeksopzet, resultaten, aanbevelingen en lessen voor andere tekortvakken, tevens te vinden op de website van het ministerie van OCW.
De pilot werd in schooljaar 2025-2026 voortgezet als overgangsjaar. Daarna wordt Co-Teach Informatica ondergebracht in de onderwijsregio’s. De actuele programmapagina adviseert regio’s om CTI op te nemen in hun regioplan en wijst op ondersteuning via de subsidieregeling voor tekortvakken. Het Dashboard Lerarenstrategie vermeldt eveneens dat de tijdelijke OCW-projectsubsidie afloopt en dat CTI per 2026 aan de onderwijsregio’s wordt overgedragen.
Deze vervolgrichting sluit aan bij een van de belangrijkste aanbevelingen van de evaluatie: organiseer de uitvoering regionaal, zodat scholen, kennisinstellingen en bedrijven gebruik kunnen maken van bestaande netwerken en gastdocenten beter kunnen worden geworven en gematcht. Tegelijk blijft landelijke coördinatie nodig voor de kwaliteit en actualisering van de leerlijn en het platform.