Monitor subsidieregeling ‘Begaafde leerlingen po en vo 2023–2025’

Sinds 2019 stimuleert het ministerie van OCW een passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafde leerlingen. De subsidieregeling 2023–2025 bouwde hierop voort en ondersteunde samenwerkingsverbanden bij het ontwikkelen van passend aanbod, kennisdeling en samenwerking. Dit onderzoek laat zien dat deze investering werkt: er is meer kennis, een breder aanbod en betere samenwerking gerealiseerd. Tegelijkertijd zijn er belangrijke knelpunten, zoals vroegtijdige signalering, toegankelijkheid en borging. Ook voor specifieke groepen, zoals zeer (hoog)begaafde, dubbel bijzondere en (dreigend) thuiszittende leerlingen, is verdere versterking nodig. 

Opdracht en doelstelling

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stimuleert sinds 2019 de ontwikkeling van een passend onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor (hoog)begaafde leerlingen. Voor de periode 2023–2025 werd opnieuw subsidie beschikbaar gesteld aan samenwerkingsverbanden passend onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. De regeling bestond uit een meerjarige subsidie voor passend aanbod, kennisdeling en samenwerking, met speciale aandacht voor vroegtijdig signaleren en ondersteuning van (zeer) (hoog)begaafde, dubbel bijzondere en (dreigend) thuiszittende leerlingen. Daarnaast ontvingen samenwerkingsverbanden eenmalige middelen voor het versterken en borgen van voltijd hoogbegaafdheidsvoorzieningen. Oberon voerde het monitoronderzoek uit, aangevuld met analyses van subsidieplannen, vragenlijsten onder scholen en ouders, focusgroepen en een deelstudie in Caribisch Nederland.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek bestaat uit twee vragenlijstmetingen (2024 en 2025) onder samenwerkingsverbanden. Een deel van de vragen werd overgenomen uit het monitoronderzoek 2019–2024, zodat ontwikkelingen over de hele periode 2019–2025 zichtbaar zijn. Daarnaast vulden 69 voltijd hoogbegaafdheidsvoorzieningen, 300 scholen en 719 ouders vragenlijsten in. In achttien focusgroepen spraken we met leraren, schoolleiders, begaafdheidsspecialisten, ouders, zorgpartners en (hoog)begaafde leerlingen. In Caribisch Nederland namen twintig scholen deel aan interviews en een vragenlijstonderzoek, samen met de drie expertisecentra onderwijszorg (EOZ). De hoge respons maakt het mogelijk om een breed en representatief beeld te schetsen van de effecten van de regeling.

Opbrengsten

Uit het onderzoek blijkt dat de subsidieregeling aantoonbaar effect heeft gehad. Een eerste belangrijke opbrengst is dat scholen en samenwerkingsverbanden een breder en gevarieerder aanbod hebben ontwikkeld. Naast plusklassen en peergroepen zijn in veel regio’s deeltijd- en voltijdvoorzieningen uitgebreid, versterkt of geborgd. Bestaande initiatieven kregen meer structurele basis, wat leerlingen meer mogelijkheden biedt om passend onderwijs te krijgen.
Daarnaast is er binnen scholen meer kennis en bewustzijn ontstaan over (hoog)begaafdheid. Leraren volgden scholing en namen deel aan conferenties en regionale netwerken. Hierdoor voelen zij zich beter toegerust om leerlingen tijdig te signaleren en maatwerk te bieden. Ook begaafdheidsspecialisten geven aan dat hun rol sterker is geworden.

Leerlingen geven in focusgroepen aan dat zij meer begrip, motivatie en leerplezier hebben. Zij voelen zich beter gezien en gesteund, en noemen dat zij zich verder ontwikkelen, bijvoorbeeld in executieve functies zoals plannen of omgaan met uitdagingen. Ouders bevestigen dat scholen beter aansluiten bij de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van hun kind. Daarbij zien zij dat er meer ruimte voor maatwerk is gekomen, al verschilt dit tussen regio’s en scholen.

Vertegenwoordigers van voltijdvoorzieningen melden dat de subsidie heeft geleid tot inhoudelijke versterking, met beter didactisch materiaal, professionalisering van personeel en meer mogelijkheden om leerlingen een passend traject te bieden. Ook samenwerking tussen scholen, samenwerkingsverbanden en zorgpartijen is toegenomen. Gezamenlijke scholing, regionale netwerken en intensieve afstemming zorgen voor meer samenhang, meer begrip voor de doelgroep en betere ondersteuning.

Aandachtspunten en knelpunten

Ondanks deze positieve resultaten blijven er belangrijke uitdagingen bestaan. Vroegtijdige signalering is volgens scholen en samenwerkingsverbanden nog onvoldoende ingebed. Leraren missen tijd, expertise en geschikte instrumenten. Een derde van de ouders vindt dat scholen (hoog)begaafdheid te laat of niet goed herkennen. 

Daarnaast is de toegankelijkheid van voorzieningen ongelijk. Er zijn wachtlijsten voor plusklassen en voltijdvoorzieningen, en in sommige regio’s wordt geloot. Ouders en leerlingen ervaren dit als oneerlijk, zeker wanneer er wel aanbod is maar niet voor iedereen toegankelijk. Grote verschillen tussen regio’s maken dit probleem zichtbaarder.

Ook het aanbod voor zeer (hoog)begaafde, dubbel bijzondere en (dreigende) thuiszittende leerlingen is vaak kwetsbaar. Deze groepen nemen minder gemakkelijk deel aan activiteiten door complexe problematiek, beperkte expertise of onvoldoende samenwerking met jeugdzorg. De overgang van po naar vo, vooral vanuit voltijdvoorzieningen, verloopt bovendien niet altijd soepel.

Ten slotte is borging een groot aandachtspunt. Zonder structurele middelen blijft veel aanbod afhankelijk van subsidies. De structurele bekostiging vanaf 2026 is daarom essentieel om de bereikte ontwikkeling voort te zetten.

Bekijk het rapport voor een volledig overzicht van het onderzoek en de resultaten. Voor vragen of toelichting kun je contact opnemen met Eveline Schoevers. 

 

Meer informatie

Oberon Profielfoto 27.2
Oberon Profielfoto 31
Oberon

Oberon is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van onderwijs en welzijn.

We hebben brede kennis van praktijk, beleid en wetenschap en verenigen deze werelden in onderzoek en advies. Met onze kennis en adviezen willen wij bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen.

Contact

Bezoekadres
St. Jacobsstraat 12, 4e etage
3511 BS Utrecht

(030) 230 60 90
info@oberon.eu