Dislocaties zijn niet-erkende onderwijslocaties die vaak een minder zichtbare rol spelen in het primair onderwijs. Ze worden ingezet om ruimtegebrek op te vangen, onderwijs dicht bij huis te organiseren of nieuwe wijken snel van onderwijs te voorzien. In opdracht van het ministerie van OCW onderzocht Oberon hoe vaak dislocaties voorkomen, welke vormen ze aannemen en welke kansen en knelpunten ze met zich meebrengen. Het onderzoek laat zien dat dislocaties flexibiliteit bieden, maar tegelijkertijd het huidige stelsel van bekostiging onderwijshuisvesting en regelgeving onder druk zetten. Dit vraagt om beleidsmatige aandacht voor deze diverse praktijk.
Opdracht en aanpak
In opdracht van het ministerie van OCW bracht Oberon het landschap van dislocaties in het primair onderwijs in kaart. Omdat dislocaties geen officiële status hebben, ontbreekt een compleet overzicht. Dit onderzoek geeft voor het eerst een breed en onderbouwd beeld van hoeveel dislocaties er zijn, hoe ze functioneren en waarom ze worden ingezet.
Voor het onderzoek combineerden we verschillende bronnen en methoden. We analyseerden gemeentelijke Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s), gebruikten data van de Inspectie van het Onderwijs en voerden een enquête uit onder schoolbesturen (met een respons van 76%). Daarnaast spraken we met schoolbesturen en gemeenten om de cijfers te verdiepen met ervaringen uit de praktijk.
Op basis hiervan identificeerden we in totaal 711 dislocaties, waarvan een groot deel nader is geanalyseerd.
Wat zien we in de praktijk?
Dislocaties zijn wijdverbreid en veelzijdig
Dislocaties komen in heel Nederland voor, met een duidelijke concentratie in stedelijke gebieden. Ze hebben verschillende vormen en functies. Zo worden ze gebruikt als extra ruimte bij bestaande scholen, om scholen in stand te houden, om snel onderwijs te organiseren in nieuwbouwwijken of om specifieke doelgroepen te bedienen.
De rol van dislocaties verschilt sterk
Niet elke dislocatie is hetzelfde. Sommige locaties functioneren als verlengstuk van een bestaande school, bijvoorbeeld als extra klasruimte. Andere locaties opereren in de praktijk vrijwel zelfstandig, met een eigen team en onderwijsaanbod. Die verschillen maken het lastig om eenduidig beleid te voeren.
Ze bieden flexibiliteit waar het systeem knelt
Dislocaties vervullen vaak een praktische oplossing voor urgente vraagstukken. Ze maken het mogelijk om onderwijs dichtbij huis te organiseren, zelfs als leerlingaantallen schommelen of gebouwen tekortschieten. Ook bieden ze ruimte om snel in te spelen op groei, krimp of nieuwe onderwijsbehoeften.
Knelpunten
Het gebruik van dislocaties kan schuren met het bestaande stelsel. Omdat ze geen formele status hebben vallen ze buiten reguliere regels en bekostiging. Schoolbesturen ontvangen bijvoorbeeld geen vaste voet voor dislocaties en ook subsidies en achterstandsmiddelen sluiten niet altijd goed aan bij de leerlingpopulatie op deze locaties.
Daarnaast kunnen dislocaties het bestaande systeem van stichten en opheffen van scholen onder druk zetten. Ze bieden bestaande schoolbesturen meer flexibiliteit dan nieuwe toetreders, wat kan leiden tot een ongelijk speelveld. Ook kan het bestaan van meerdere kleine locaties zorgen voor een minder efficiënte inzet van personeel en middelen, wat het lerarentekort verder onder druk zet.
In de praktijk ontstaan bovendien organisatorische uitdagingen. Denk aan hogere kosten, meer coördinatie tussen locaties en een minder sterk teamgevoel wanneer personeel over meerdere plekken verdeeld is.
Meer weten?
Bekijk het rapport voor een volledig overzicht van het onderzoek en de resultaten. Zie ook Oberons evaluatieonderzoek naar Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen.
Vervolg
De resultaten bieden aanknopingspunten voor beleidsontwikkeling rondom dislocaties. Mogelijke vervolgstappen liggen in het verbeteren van regelgeving, bekostiging en registratie. Het ministerie van OCW kan deze inzichten gebruiken om te bepalen hoe dislocaties beter in het onderwijsstelsel kunnen worden ingebed.